Titel

Verhalen uit Abdij van Park: Jogchum

“De abdij is een heel leuke plek om dieren te spotten”

Halsbandparkiet
Halsbandparkiet
Ijsvogel
Ijsvogel
Kleine watersalamander
Kleine watersalamander
Knobbelzwaan
Knobbelzwaan
Poelkikker
Poelkikker
Staartmees
Staartmees
Steltkluut
Steltkluut
Waterral
Waterral
Wilde eend
Wilde eend
Een net uitgevlogen jong van een winterkoning
Een net uitgevlogen jong van een winterkoning
Wintertalling
Wintertalling
Grote zilverreigers
Grote zilverreigers
Alpenwatersalamander
Alpenwatersalamander
Groene specht
Groene specht
Grote gele kwikstaart
Grote gele kwikstaart

Jogchum trekt vaak met zijn kinderen naar de Abdij van Park. “Er zitten heel veel leuke diersoorten. Mijn zoontjes zien die dieren voor de eerste keer, en hun enthousiasme werkt aanstekelijk.”

Professor Jogchum Vrielink (41) is een Nederlandse Leuvenaar. “Ik woon nu 19 jaar in Leuven, sinds mijn studies antropologie. Ik had toen, bij aankomst in Leuven, enkele toeristische boekjes gekocht. Die trekpleisters ben ik systematisch gaan bezoeken. De Abdij van Park sprak me het meeste aan: diens mooie architectuur in combinatie met haar natuur, en bovendien heel nabij.”

Jogchum is een groot natuurliefhebber. Die microbe kreeg hij te pakken via zijn vader. “Hij is hobby-ornitholoog en nam me als klein kind al mee om vogels te spotten. In de Abdij van Park zitten heel veel leuke soorten: waterrallen, cetti’s zangers, ijsvogels, watersnippen, allerlei steltlopertjes, blauwe reigers, zilverreigers… Er zijn zelfs ooit twee jaar op rij ralreigers gespot.”

Met de kinderen

Jogchum trekt er vaak naartoe met zijn kinderen. “De crèche en de school zijn er vlakbij. Ze kunnen rennen en spelen op de abdijsite, en ze kunnen er ook iets zien. Sinds ik zelf kinderen heb, merk ik ook dat het leuk is om de kennis van mijn vader te kunnen delen. Mijn zoontjes zien die dieren voor de eerste keer, en hun enthousiasme werkt aanstekelijk.”

Wat de Abdij van Park dan zo uniek maakt? “De verschillende soorten dieren genieten er van een ideale omgeving: er zijn zowel bosjes als grasland, net als open vijvers en water met rietveld. Daardoor spotten we ook veel amfibieën, zoals salamanders, padden en kikkers, en er zitten zelfs reptielen: hazelwormen en muurhagedissen. Alles wat kruipt en krioelt vinden mijn kinderen leuk”, lacht hij.

Moestuin

Jogchum maakt prachtige foto’s (zie hierboven), die hij ook deelt op Twitter. “Dat zijn meestal dingen die ons pad kruisen – een kwestie van geluk. Heel af en toe kan ik zitten en wachten, maar dat is meestal niet het geval. Mijn oudste zoontje is bijna vijf, hij heeft niet al te veel geduld”, lacht Jogchum.

Als Jogchum geen vogels spot, is hij waarschijnlijk in de weer in zijn moestuin op de abdijsite. “Dat huren we van een oud-collega. Een stukje grond in de Abdijstraat, waar we courgettes, spinazie, bonen, maar ook zonnebloemen telen. Zo zien de kinderen dat groenten niet zomaar uit de supermarkt komen, maar uit de vruchtbare grond rond de vijvers”, besluit Jogchum.