“De woorden ‘Abdij van Park’ hoorde ik in mijn wieg”

Stef Hublou Solfrian is een duivel-doet-al: historicus, ornitholoog, natuurliefhebber, auteur, fotograaf…  Hij is ook een enthousiast bezoeker van de abdij, en dat al 58 jaar. Daarom laten we hem graag aan het woord.

Stefaan krijgt te eten van zijn moeder Maria.

“Ik ben opgegroeid in het Leuvense: wij woonden in Heverlee van 1966 tot 1980. Mijn kinderbedje stond in de schaduw van de Sint-Lambertuskerk. De woorden ‘Abdij van Park’, die heb ik van in mijn wieg gehoord”, steekt Stef van wal.

“Midden in de koude winter van 1970-71 hebben mijn moeder en mijn tante me voor het eerst meegenomen naar de abdij. Ik herinner me prachtige uitzichten - de omgeving had iets sprookjesachtigs. Bijna iedereen kwam te voet naar daar om er dan hun schaatsen aan te binden. Zelf heb ik nooit geschaatst, maar we gingen wel behoedzaam het ijs op.”

Natuurliefhebber

“Mijn moeder was gouvernante - ik heb een rijke leeromgeving gehad. Mama las al voor aan mij, nog voor ik vier jaar oud was. In die kijkboekjes stonden vaak ook mooie illustraties van dieren. Zo werd ik al heel vroeg een natuurliefhebber. Het wereldbeeld dat je als kind ontwikkelt, bepaalt volgens mij grotendeels je visie op mens en leven.”

Stef vermeldt een beeld uit de abdij dat op zijn netvlies gebrand staat. “Aan het eilandje, in het midden van de eerste vijver, heb ik als kind een dode zwaan zien liggen. Die zat door de vorst vast en liet daar het leven. Dat was hard, zeker voor een achtjarige. Als ik daar nu aan terugdenk, was het evenwel een welkome les over onze sterfelijkheid. De pracht van de natuur en haar hardheid liggen soms dicht bij elkaar.”

Stefaan en zijn hondje, Fellow.

“Wijs van de stad”

Voor Stef is de abdij bovenal een plek van verbondenheid met de natuur. “Ik heb hier ooit om middernacht zitten luisteren aan de oevers – dat was magisch. Ik was zo geconcentreerd… In de stilte hoorde ik rijpe, wilde kastanjes met een plof op de aarde vallen. Opeens hoorde ik ook de roep van het zeldzame woudaapje. Dat is een vogel hé, geen aap!”, lacht Stef.

“Ik vind het wijs van de stad Leuven dat ze beseft wat voor schat dit domein wel is, en er een masterplan voor ontwierp. In heel Europa vindt je amper nog een zeventiende-eeuwse abdij waar alle authentieke (bij)gebouwen nog staan. Ik ben dan ook blij dat dit is doorgedrongen, alvorens commerciële belangen de bovenhand konden nemen. De restauratie duurt lang, maar ook traag kan je je doel bereiken. Die dertien jaar werk stelt op zich weinig voor ten opzichte van de bijna 900-jarige geschiedenis van de abdij.”

“Ik kom graag overal in het hele domein. Ik vind het religieuze aspect van de abdij interessant en ben al aangenaam geïnspireerd door tentoonstellingen van ‘Kerk In Nood’ en PARCUM. Ik heb trouwens nog een zomerseizoen bij ‘De Wikke’ gewerkt – ik verbouwde er mee groenten in de moestuin. Onlangs hebben wij in de Abdijwinkel nog fruit, kaas en bier gekocht. Dat maakte de cirkel voor mij mooi rond.”

Iets fout of onduidelijk op deze pagina? Meld het ons.